Wmo 2026: zzp-handhaving en wachtlijsten
2026 is voor veel gemeenten een lastig Wmo-jaar. Niet omdat het ‘ravijnjaar’ volledig is doorgekomen zoals eerder werd gevreesd, maar omdat drie dingen tegelijk spelen: de vraag naar ondersteuning blijft hoog, de eigen bijdrage is nog altijd het abonnementstarief, en zorgaanbieders bouwen de inzet van zzp’ers af uit angst voor naheffingen en boetes. Minder flexibele capaciteit betekent sneller wachtlijsten — vooral als gemeente en aanbieders niet hetzelfde zicht hebben op wie er wacht.
Waarom 2026 lastig blijft voor de Wmo
Jarenlang hing boven gemeenten het zogenoemde ravijnjaar 2026: een dreigende terugval in het gemeentefonds van ongeveer 2,4 miljard euro. De VNG waarschuwde dat zonder maatregelen zo’n 75 procent van de gemeenten in de rode cijfers zou belanden.[1] In april 2025 kwam er verlichting: tot en met 2027 kwam cumulatief zo’n 3 miljard euro extra beschikbaar, waardoor de acute krimp deels werd gedempt.[1][2] Binnenlands Bestuur noemde 2026 later een ‘daljaar’: geen volledige val, wel aanhoudende krapte — met nieuwe druk richting 2028.[2]
Voor de Wmo is die adempauze geen rust. De vraag groeit door vergrijzing en langer thuis wonen. Het abonnementstarief blijft tot in ieder geval 2028 staan: de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage schuift door naar 1 januari 2028. Voor 2027 komt daarvoor 266 miljoen euro compensatie naar het gemeentefonds.[3][4] Tegelijk staat in de meicirculaire 2026 het voornemen om huishoudelijke hulp per 1 januari 2029 als maatwerkvoorziening uit de Wmo te halen, met een vangnet voor wie het zelf niet kan regelen.[3][4] Dat is toekomst, maar de wachtlijsten van nu zijn vandaag.
Daar komt het personeelstekort bij. Volgens de AZW-arbeidsmarktprognose loopt het tekort in zorg en welzijn op van ongeveer 89.800 medewerkers in 2026 naar 261.800 in 2035.[5] Meer vraag, schaars personeel en krappe gemeentebegrotingen: dat is al een lastige combinatie. In 2025 en 2026 kwam daar de zzp-handhaving bovenop.
Wat er veranderde rond zzp’ers en de Wet DBA
Tot 1 januari 2025 gold een handhavingsmoratorium op de Wet DBA. De Belastingdienst gaf bij schijnzelfstandigheid vooral aanwijzingen, tenzij er sprake was van kwaadwillendheid. Sinds 1 januari 2025 is dat moratorium weg. Stelt de Belastingdienst schijnzelfstandigheid vast, dan kan zij direct correctieverplichtingen en naheffingen loonheffingen opleggen — in beginsel niet verder terug dan 1 januari 2025.[6][7]
2025 was bewust een zachte landing: geen verzuim- en vergrijpboetes. Vanaf 1 januari 2026 kunnen wél vergrijpboetes worden opgelegd; verzuimboetes volgen in 2026 nog niet, schrijft de Belastingdienst.[6] Voor opdrachtgevers in de zorg betekent dat: het fiscale risico is reëel, en het wordt strenger.
De Wet VBAR (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) is in 2026 níet als geheel de nieuwe standaard geworden. Het kabinet schrapte in maart 2026 het verduidelijkingsdeel; de handhaving op schijnzelfstandigheid blijft wel staan. Voor laagbetaalde zzp’ers wil het kabinet het rechtsvermoeden sneller doorzetten.[8] Voor de praktijk van 2026 telt dus vooral: de Wet DBA-handhaving is actief, en organisaties die blijven werken met zzp’ers in situaties die op loondienst lijken, lopen risico.
In de zorg was die boodschap al eerder duidelijk. ActiZ waarschuwde eind 2024, op basis van een enquête onder 142 VVT-organisaties, dat handhaving de continuïteit van zorg in gevaar zou brengen. Ongeveer twee derde van de organisaties was op 1 januari 2025 niet klaar. De bereidheid onder zzp’ers om in loondienst te gaan was gering: bij 33 procent van de organisaties was die bereidheid er niet, bij 57 procent slechts bij een klein deel.[9]
Wat dat doet met capaciteit en wachtlijsten
De reactie van aanbieders is zichtbaar. Aafje stopte per 1 juli 2025 met de inzet van zzp’ers in de zorg, na een gefaseerde afbouw sinds januari.[10] Salios bouwde af en stopte per 1 januari 2026 met zzp’ers in het primaire zorgproces, expliciet om juridische en financiële risico’s van de Wet DBA te beperken.[11] Cardia stopte begin 2026 met zzp’ers in de wijkverpleging en verlaagde het aantal cliënten met wijkverpleging, omdat er niet genoeg vaste medewerkers en uitzendkrachten waren voor iedereen.[12]
Landelijk daalde het aantal zzp’ers in de zorg. UWV meldde op basis van KVK-cijfers een krimp van zo’n 3.500 zzp’ers in vier maanden; in de VVT was de daling het grootst (−5%). Niet iedereen die stopt, gaat (weer) in loondienst. Het CPB verwachtte eerder dat ongeveer de helft van de schijnzelfstandigen voor loondienst kiest; anderen kiezen uitzend, detachering of verlaten de sector.[13] ActiZ wees erop dat uitzend en detachering duurder zijn, en dat beddensluitingen, minder extramurale uren en minder acute opnames dreigden.[9]
Voor Wmo-huishoudelijke hulp is het plaatje herkenbaar, al verschilt het per gemeente. In Sint-Michielsgestel liepen wachttijden in 2025 op — soms tot een jaar — door meer vraag én personeelstekorten bij aanbieders.[14] In Heusden protesteerden zzp’ers in de huishoudelijke hulp tegen overgang naar loondienst bij een aanbesteding; zij vreesden dat overname van ruim duizend cliënten zou mislukken en dat inwoners op een wachtlijst belanden.[15]
Kortom: als aanbieders zzp-capaciteit weghalen en die niet één-op-één vervangen, krimpt de inzet die morgen beschikbaar is. En als iedere aanbieder een eigen wachtlijst bijhoudt, weet de gemeente vaak niet wie er wacht en waar nog plek is. Die combinatie maakt 2026 zwaarder dan alleen ‘minder budget’ of alleen ‘minder zzp’ers’. Over die versnippering schreven we eerder in Wachtlijst voor huishoudelijke hulp.
Wat gemeenten en aanbieders wél kunnen doen
Personeelstekort en wetgeving los je niet met één tool op. Wel kun je voorkomen dat schaarse capaciteit verloren gaat in slechte matching.
Praktisch betekent dat:
- Weet wie er wacht. Niet wekelijks per mail, maar actueel: wie staat er, hoe lang al, met welke prioriteit en zorgvraag.
- Laat capaciteit zelf claimen. Gecontracteerde aanbieders met ruimte kiezen een cliënt die past bij route, minuten en dagdeel — in plaats van dat de gemeente eerst een aanbieder kiest die misschien geen plek heeft.
- Houd samen overzicht. De gemeente ziet claims, 301-berichten en startdata. Zo blijft zichtbaar of een claim ook echt tot gestarte ondersteuning leidt.
- Praat over inkoop en zzp-beleid. Wat mag nog, wat bouwen aanbieders af, en hoe vangen jullie pieken op met loondienst, flexpools of uitzend?
Dat is precies wat een gezamenlijke wachtlijst voor de Wmo doet: één lijst voor gemeente en gecontracteerde aanbieders. De gemeente plaatst cliënten; aanbieders claimen zelf.
In de pilot in gemeente Best (zes aanbieders, 41 cliënten) daalde de gemeten wachttijd met 73,9 procent: van 47,6 naar 12,4 dagen. Dat is een pilotresultaat, geen landelijke garantie; de meetwijze staat in de case Best.[16]
Hebben jullie in 2026 minder zzp-capaciteit en wel meer vraag? Dan is zicht op wachtlijst en capaciteit geen luxe, maar de manier om met wat er nog is zo min mogelijk inwoners laten wachten.
Wil je weten of een gezamenlijke wachtlijst past bij jullie proces? Plan een gesprek of demo via zorg-inzicht.nl of mail me direct: merijn@zorg-inzicht.nl.
Veelgestelde vragen
Is zzp’en in de zorg in 2026 verboden?
Nee. Echte zelfstandigen mogen blijven werken. Wel handhaaft de Belastingdienst sinds 1 januari 2025 weer op schijnzelfstandigheid. Lijkt de samenwerking op loondienst, dan riskeert de opdrachtgever naheffingen en vanaf 2026 ook vergrijpboetes.[6][7]
Waarom stoppen aanbieders dan toch met zzp’ers?
Omdat het risico op naheffingen en boetes groot is als de praktijk als dienstbetrekking wordt aangemerkt, en omdat veel zzp’ers niet in loondienst willen. Aanbieders kiezen dan voor afbouw, vaste teams of duurdere uitzendconstructies.[9][10][11]
Zijn de Wmo-wachtlijsten landelijk toegenomen door de Wet DBA?
Een landelijk causaal cijfer “X procent meer Wmo-wachtlijsten door DBA” is er niet. Wel zijn er sectorwaarschuwingen over continuïteit, een meetbare daling van zorg-zzp’ers, concrete afbouwbesluiten van aanbieders en gemeentelijke berichten over langere wachttijden door personeelstekorten.[9][13][14]
Helpt een gezamenlijke wachtlijst als er te weinig medewerkers zijn?
Nee, die maakt geen extra handen. Wel zorgt die dat beschikbare medewerkers sneller bij wachtende inwoners terechtkomen, en dat de gemeente ziet waar het vastloopt. In de Best-pilot daalde de gemeten wachttijd van 47,6 naar 12,4 dagen.[16]
Wat gebeurt er met huishoudelijke hulp in 2029?
Het kabinet wil huishoudelijke hulp per 1 januari 2029 niet langer als Wmo-maatwerkvoorziening aanbieden, met een vangnet. Tot die tijd blijft het een maatwerkvoorziening; de wachtlijsten van nu vragen nu om een aanpak.[3][4]
Bronnen
- VNG, “Gemeenten vallen in financieel ravijn” (oorspronkelijk 18 april 2025; bijgewerkt 15 mei 2026), inclusief update over circa 3 miljard euro extra t/m 2027: https://vng.nl/artikelen/gemeenten-vallen-in-financieel-ravijn
- Binnenlands Bestuur / KokxDeVoogd, “Het ravijnjaar 2026 is gedempt - maar 2028 komt eraan”, 3 november 2025: https://www.binnenlandsbestuur.nl/bestuur-en-organisatie/kokxdevoogd/het-ravijnjaar-2026-is-gedempt-maar-2028-komt-eraan
- Rijksoverheid, Meicirculaire Gemeentefonds 2026, 29 mei 2026 (uitstel eigen bijdrage Wmo; huishoudelijke hulp uit Wmo per 2029): https://www.rijksoverheid.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2026/05/29/meicirculaire-gemeentefonds-2026/meicirculaire-gemeentefonds-2026.pdf
- VNG, “Voorjaarsnota: veranderingen in de Wmo”, 10 april 2026: https://vng.nl/nieuws/voorjaarsnota-veranderingen-in-de-wmo
- AZW / ABF Research, Arbeidsmarktprognose zorg en welzijn 2025–2035, februari 2026: https://www.azwinfo.nl/app/uploads/2026/02/Arbeidsmarktprognose-2025-2035-Zorg-en-Welzijn-totaal.pdf
- Belastingdienst, “Arbeidsrelaties en handhaving door de Belastingdienst” (handhaving sinds 1 jan 2025; vergrijpboetes vanaf 1 jan 2026): https://www.belastingdienst.nl/wps/wcm/connect/nl/arbeidsrelaties/content/handhaving
- Rijksoverheid, “Vanaf 1 januari 2025 volledige handhaving op schijnzelfstandigheid”, 6 september 2024: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/09/06/vanaf-1-januari-2025-volledige-handhaving-op-schijnzelfstandigheid
- Rijksoverheid, “Kabinet kiest voor meer rust en duidelijkheid voor zzp’ers en opdrachtgevers”, 6 maart 2026: https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2026/03/06/kabinet-kiest-voor-meer-rust-en-duidelijkheid-voor-zzpers-en-opdrachtgevers
- ActiZ, “Handhavingsbeleid voor ZZP’ers brengt continuïteit van zorg in gevaar”, 12 december 2024: https://www.actiz.nl/actueel/handhavingsbeleid-voor-zzpers-brengt-continuiteit-van-zorg-gevaar
- Aafje, “Geen zzp’ers meer, wel inzet op meer vaste gezichten”, 9 april 2025: https://www.aafje.nl/nieuws/geen-zzpers-meer-wel-inzet-op-meer-vaste-gezichten/
- Salios, “Salios bouwt inzet van zzp’ers af”, 24 juli 2025: https://www.salios.nl/salios-bouwt-inzet-van-zzpers-af/
- Cardia, “Cardia stopt met inzet van ZZP’ers”, 22 januari 2026: https://www.cardia.nl/nieuws/cardia-stopt-met-inzet-van-zzpers
- UWV, “Daling zzp’ers in zorg door handhaving schijnzelfstandigheid”, april 2025: https://www.uwv.nl/nl/arbeidsmarktinformatie/sector/zorg/daling-zzpers-zorg-door-handhaving-schijnzelfstandigheid
- Gemeente Sint-Michielsgestel, “Langer wachten op huishoudelijke hulp”, 12 mei 2025: https://www.sint-michielsgestel.nl/persberichten/langer-wachten-op-huishoudelijke-hulp-gemeente-zoekt-samen-naar-oplossingen
- BD.nl, “Zzp’ers huishoudelijke hulp in Heusden in actie”, 22 oktober 2025: https://www.bd.nl/heusden/zzpers-huishoudelijke-hulp-in-heusden-in-actie-wij-gaan-niet-over-in-loondienst~ae102529/
- Zorg Inzicht, pilotrapport / case gemeente Best: https://zorg-inzicht.nl/case-best
